Rouwen en bouwen

In non-monogamie is vaak een grote focus op liefde en geluk. Toch is het de mate van kunnen omgaan met pijn en daarmee een stukje rouw die bepaalt of er ruimte is voor bouw. Deze rouw is er niet alleen in de primaire relatie, wanneer de monogame relatie een non-monogame wordt. Deze rouw kan er ook zijn in je positie als geliefde, wanneer er een verandering is in je andere relatie.

Mijn geliefde wil heel graag een primaire relatie. Hij weet dat ik dat niet zal zijn en dit is nooit een probleem geweest. De afgelopen vier jaren heb ik al verschillende vriendinnen zien komen en gaan. Op dit moment ben ik de vriendin met wie hij het langst is. Maar….vlak na mij komt de vrouw met wie hij al bijna even lang is. Een lieve, zachte, positief ingestelde, vrouw met ingetogen vorm van humor en kracht, die ik ontzettend kan waarderen. Vorig jaar heb ik haar online ontmoet. We hebben elkaar nooit gezien. Mijn lief woont in het buitenland. Als hij daar is, is hij met haar, als hij hier is, is hij met mij. Deze keer is zij mee naar Nederland en vandaag gaan we elkaar voor het eerst ontmoeten.

Rillend sta ik voor zijn deur. Het was koud buiten. Mijn jas en mijn warme wollen jurk hebben me niet kunnen beschermen. Ik bel aan. Even gebeurt er niets, dan vliegt de deur open.

“Suprise!!!!” Gillend en giechelend staan ze allebei als twee ondeugende kinderen in de deur opening. Ik barst in lachen uit. Het is het warmste welkom dat ik ooit heb gehad. Ze grijpt mijn hand, trekt me naar binnen en voor ik het weet zit ik op een krukje, worden mijn verregende schoenen en jas uitgetrokken, word ik naar binnen geloodst en op de bank genesteld. Tussen hun beiden in.

“Tea?” Mijn lief wacht het antwoord niet eens af. Dan pas zie ik dat hij alleen een joggingbroek aan heeft. Zij heeft een lang sweat-shirt aan. Nee. Ik ben net jarig geweest. Ze hebben vast een verjaardagsmassage in petto. Met zijn swingende achtergrond weet ik welke kant dat uitgaat. Maar een massage met een onbekende in een swingersclub is iets anders dan een massage met je ‘zus’ die je eigenlijk nog niet eens kent. Nu pas valt het me op hoe warm het is. De thermometer staat op minimaal 25. Zweetdruppeltjes parelen op mijn voorhoofd.

“Are you comfy?” grijnst mijn geliefde.

“Ja hoor!” Ik pak zijn waterfles die op tafel staat en neem een grote slok.

“Not too warm?” Zijn grijns wordt zo mogelijk nog groter.

“Nee hoor!” Stoicijns strijk ik mijn jurk glad en glimlach gladjes terug. Mijn warme wollen jurk gaat nergens heen. Al wordt het 30 graden.

Een non-monogame relatie is als een mobiel boven een babybedje

In een non-monogame relatie verandert er altijd wat. Er komen liefdes bij er gaan liefdes weg, mono wordt mono-poly, mono-poly wordt poly, swingen wordt een open relatie, een open relatie (hiërarchisch) wordt poly (non-hiërarchisch) of poly wordt mono etc. Net als bij een mobiel boven een babybedje, hoeft er maar één onderdeel in beweging te komen en alle andere onderdelen raken uit balans. Wat als een positieve en zelfs gewenste verandering voelt voor de één, kan als een ongemakkelijke, ongewenste of zelfs beangstigende verandering voelen voor de ander.

Te vaak wordt bij een moeilijke situatie vooral het moeilijke gedrag van de partner gezien.

Degene die het probleem ervaart, wordt als het probleem bestempeld.

 

De cirkel van verlies

In het boek “Vechten voor je scheiding” beschrijven Tineke Rodenburg en Leoniek van der Maarel de dynamiek van postrelationele rouw.  Ook al is er bij non-monogame relaties in principe geen sprake van scheiding, het stukje post-relationele rouw kan er echter wel zijn. Elke verandering in de relatie betekent namelijk niet alleen winst, het kan ook verlies betekenen. Het negeren van verlies kan tot conflicten leiden.

 

Laten we het voorbeeld nemen van de man die verliefd is op een andere vrouw en aan zijn vrouw vraagt of er ruimte is om de relatie te openen. Deze vrouw wil het haar man niet misgunnen en gaat erin mee. Na een euforisch en opgelucht begin, loopt het echter toch spaak. Haar man is teveel tijd bezig met de nieuwe geliefde en de nieuwe geliefde vraagt ook steeds meer tijd. Ze zijn vol van elkaar. Dat wat als een mooi liefdevol avontuur begon, zowel binnen als buiten de relatie, loopt binnen een paar maanden tegen de klippen op van ellende. Hoe kan dat? Iedereen doet toch lief tegen elkaar? Ze zijn al weleens samen wezen wandelen, dat was toch gezellig? En wat geeft het als er na werktijd nog even een keukenkastje bij haar wordt gerepareerd? Zo’n uurtje moet toch kunnen? Hoezo dan al die drama?

Kijken we echter naar de cirkel van verlies en contact, dan wordt echter in één klap helder dat niet iedereen in dezelfde fase zit.

  1. Deze man is klaar voor een volgende fase in hun relatie. Hij is verliefd, heeft toestemming om de relatie te openen en is druk aan het bouwen. Hij voelt hoe hij van zijn nieuwe liefde houdt en ook hoe hij nog meer van zijn bestaande partner houdt. Hij is gelukkig. Ook al kan hij soms wel verdriet hebben van het verdriet van zijn vrouw. Verdriet dat in zijn ogen onnodig is.
  2. De geliefde is er helemaal klaar voor. Zeker als deze geliefde singel is en geen andere partners heeft, kan er in het onervaren begin met veel enthousiasme van start gegaan worden, zonder echt te beseffen wat dit voor een bestaande partner betekent. De geliefde wil graag bouwen.
  3. De vrouw van de deze man, de bestaande partner, zit in een hele andere fase. Daar waar de geliefde tijd en aandacht krijgt, levert zij tijd en aandacht in. Het inleveren van tijd en aandacht voelt als het inleveren van liefde. De bestaande partner doet wel haar best, ze geeft, ze gunt, elke keer maakt ook zij een uitstapje of beter gezegd een instapje naar de bouwfase (“ik ben blij, dat je blij bent”), maar het verdriet is daarmee niet weg. Ze voelt zich falend in dit gelukkige proces van de anderen. Onvermoeibaar probeert deze man zijn vrouw naar de gelukkige kant te trekken (“Ja, en voor jou moet dit toch ook fijn zijn, dat je nu een veel blijere man hebt?”, zijn vrouw steeds eenzamer achterlatend, zij is namelijk nog niet bezig met zijn geluk, ze is nog bezig met haar verdriet. Wat ze nodig heeft is dat haar man op zijn beurt een instapje maakt in haar rouw, uit zichzelf.
    “Hoe is het voor jou, dat ik nu met haar ben.”
    “Ze is lief en zorgzaam, niet alleen naar jou, ook naar mij. Dat voel ik echt. Toch valt het me zwaarder dan ik dacht.”
    “Dat snap ik. Ik weet ook niet of ik het omgekeerd zo makkelijk had gevonden. Kan ik iets voor je doen?” Volledige herkenning en erkenning van het ongemak. Zodat het helder is, dat er ook ruimte mag zijn voor rouw en verlies en dat een partner/geliefde daar niet alleen in staat.

De weg naar bouw verloopt via rouw: de langzaamste bepaalt het tempo

De grootste valkuil in non-monogame relaties is dat de verliefdheid en daarmee het bouwen het tempo bepaalt. Tuurlijk: in theorie bepaalt de langzaamste het tempo, maar in de praktijk moet dit niet te lang duren. Rationeel is er tenslotte niets aan de hand. Ja toch? Niet dus. Het opbouwen van een  non-monogame is geen rationeel maar een emotioneel proces. Een emotioneel proces met onbekende rollen en onbekende vaardigheden, die allemaal nog geleerd moeten worden. Dankzij de rouw is er ook tijd om dit te leren. Tijd is de sleutel. Houd de frequentie in het begin ook laag. Beter om in het begin eens per maand of eens per twee weken af te spreken, dan gelijk twee keer per week. Tijd is nodig om de bestaande partner(s) mee te kunnen nemen in de verandering en de frequentie met een geliefde kan altijd omhoog, maar niet omlaag.  Dan ervaart de geliefde namelijk de rouw. Want het inleveren van tijd en aandacht, zoals al eerder gezegd, voelt meestal als in het inleveren van liefde.

“Okay, zeg het maar. We willen dat je deel uitmaakt van ons leven, maar je lijkt wat terughoudend. ” Meta(mour) is boodschappen doen. Mijn lief en ik zijn even samen en ik zit naast hem op de bank.

“Het gaat te snel. Ik ben nog niet zover om deel uit te maken van ‘ons leven’. Ik wil eerst nog even deel uitmaken van jouw leven. Het voelt alsof onze band eerst nog een tandje hechter moet en ik kan me voorstellen dat dit voor Meta ook geldt. Het voelt alsof de twee benen van onze V eerst sterker moeten zijn, wil het de nieuwe vorm van ‘ons’ kunnen dragen.” Hij knikt.

“Hoe vind je Meta?” De afgelopen jaren heb ik al verschillende vriendinnen langs zien komen.

“Ze is lief, slim, positief, zacht.”  Ik prik hem in zijn zij “Ze kan met jou omgaan.” Hij lacht. “Dus ik zou het jammer vinden, als zij zou denken dat ik moeite heb met haar, want dat is niet zo. Ik moet nog wennen aan de verandering plus ik kan nog niet overzien wat de consequenties in de praktijk zijn. Betekent het bijvoorbeeld dat ik jou nu nooit meer alleen zal zien?” Hij weet dit ook nog niet.

“Hoe lang duurt zo’n overgangsfase?” Mijn lief is een praktische projectmanager.

“Drie jaar.” Ik zeg maar wat, heb eigenlijk geen idee, maar de afgelopen 12 jaar, was na 3 jaar meestal wel een nieuwe balans.

“Zo zo.” Hij neemt een lok haar van mij tussen zijn vingers en trekt eraan. “Denk je niet dat dat wat snel is?” Nu moet ik lachen. Het is okay. We zitten erin voor de lange termijn, het hoeft gelukkig niet gelijk optimaal te zijn. We mogen stap voor stap ontdekken wat elke stap met ons doet. Wij alle drie.

Zoals gewoonlijk ben ik benieuwd naar jullie ervaring. Wie herkent het rouwen en bouwen? Waar sta jij op de cirkel van contact en verlies? Ik hoor graag jullie ervaring en…met het delen van je ervaring, help je ook anderen.

Lieve groet,

Rhea Darens

EFT-relatietherapeut

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *